Dit is het volledige, etymologische overzicht van de namen uit jouw onderzoek. Het laat precies zien hoe de monumentale, Latijnse en oer-Germaanse oervormen over de eeuwen heen in de volksmond zijn gesleten tot de typische familienamen en patroniemen rond het Bourtanger Moor en de beide Linthorsten.
1. Latijnse, Griekse en kerkelijke naamlaag
OervormStam / betekenisRegionale vorm(en)WenceslausVeli/Više + slava — grotere roemWences → Wessel → WesselsLuciuslux/lucis — lichtLutzLeviniusLeven/Lieven — lieve, trouwe vriendLevin → LievenMasseliusgelatiniseerde vorm van MasselingMasselink / MaasChristophorusChristos + pherein — Christus-dragerChristoffel → Stoffel / ToffelStephanusstephanos — kroon/kransStefan → Steven → StevensNicolausnikē + laos — overwinning van het volkNiclas → Klaas → ClasenMatheusMattityahu — geschenk van GodMattheus → Teeuwis / MattesAntoniusAntonius — familienaam; traditionele uitleg: onschatbaar
1. De Kruisvaarders- en Heiligenlaag (Latijnse / Boheemse Oervormen)
Oervorm (Latijn/Kerkelijk)Betekenis van de StamwoordenAfslijting / Regionale VormWenceslausSlawisch: Veli/Više (groter) + Slava (roem/glans). Betekenis: „Grotere roem“.Wences \(\rightarrow \) Wessel \(\rightarrow \) WesselsLuciusLatijn: Lux / Lucis (licht). Betekenis: „De lichtende“ of humanistische vorm van Hludowig (Lodewijk).Lucius \(\rightarrow \) LutzLeviniusKeltisch/Nederfrankisch: Leven / Lieven (vriend). Betekenis: „Lieve/trouwe vriend“.Levinus \(\rightarrow \) Levin \(\rightarrow \) LievenMasseliusLatijnse/Humanistische gelatinisering van het Nedersaksische Masseling (Lieden van de Maas of van Marcelis).Masselius \(\rightarrow \) Masselink / MaasChristophorusGrieks: Christos (Christus) + Pherein (dragen). Betekenis: „Christus-drager“.Christoffel \(\rightarrow \) Stoffel / ToffelStephanusGrieks: Stephanos (krans/kroon). Betekenis: „De gekroonde“ of „De overwinnaar“.Stefan \(\rightarrow \) Steven \(\rightarrow \) StevensNicolausGrieks: Nikē (overwinning) + Laos (volk). Betekenis: „Overwinnaar van het volk“.Niclas \(\rightarrow \) Klaas \(\rightarrow \) ClasenMatheusHebreeuws: Mattityahu. Betekenis: „Geschenk van God“.Mattheus \(\rightarrow \) Teeuwis / MattesAntoniusLatijnse familienaam (Antonii). Betekenis: „De onschatbare“.Antoon \(\rightarrow \) Toon / Antons
2. De Oer-Germaanse Ridderklasse (Speer-, Wolf- en Zwaardnamen)
Oervorm (Vroeg-Middeleeuws)Betekenis van de StamwoordenAfslijting / Regionale VormMeginhardMegin (macht/kracht) + Hard (sterk). Betekenis: „Krachtig en onverschrokken“.Mentzen \(\rightarrow \) Menzen \(\rightarrow \) Mensen \(\rightarrow \) RotmensenEberhardusEbur (wild zwijn) + Hard (sterk). Betekenis: „Sterk als een wild zwijn“.Eberhard \(\rightarrow \) Evert \(\rightarrow \) Eberts / EversEilardusEgil (zwaardrand) + Hard (sterk). Betekenis: „Moedig met het zwaard“.Eilhard \(\rightarrow \) Eilert \(\rightarrow \) EilersConradKuon (koen/moedig) + Rad (raadgever). Betekenis: „Moedige raadsman“.Konrad \(\rightarrow \) Conraads / KoertsWolfbertWolf (het roofdier) + Berht (schitterend). Betekenis: „Schitterende wolf“.Wolbert \(\rightarrow \) Wolbers / WülbersWaltherWalt (heersen/geweld) + Hêri (leger). Betekenis: „Heerser van het leger“.Wölke \(\rightarrow \) Wolke \(\rightarrow \) Wolken (Sandhinken)AdolphusAdal (edel) + Wolf (roofdier). Betekenis: „Edele wolf“.Adolf \(\rightarrow \) Alfs / AdolfsBernhardusBero (beer) + Hard (sterk). Betekenis: „Sterk als een beer“.Bernhard \(\rightarrow \) Berends / BerndsenGerhardusGer (speer) + Hard (sterk). Betekenis: „Sterk met de speer“.Gerhard \(\rightarrow \) Geerts / Gerrits / GeringHermannusHeri (leger) + Man (man). Betekenis: „Legercommandant“.Hermann \(\rightarrow \) Hermsen / HarmsEgbertusEgi (zwaardrand) + Berht (schitterend). Betekenis: „Schitterend met het zwaard“.Egbert \(\rightarrow \) EggertsLubertusLiud (volk/krijgers) + Berht (schitterend). Betekenis: „Beroemde krijger“.Lubert \(\rightarrow \) Lobbers \(\rightarrow \) LubbersGozewinusGaut (stam der Gauten) + Win (vriend). Betekenis: „Vriend van de Gauten“.Goswin \(\rightarrow \) GozewijnRudolphusHruod (roem) + Wolf (roofdier). Betekenis: „Roemvolle wolf“.Rudolf \(\rightarrow \) Rolfs / RuolvesReinhardRagin (godenraad) + Hard (sterk). Betekenis: „Onverschrokken raadsman“.Reinhardt \(\rightarrow \) ReinersDiederikTheodo (volk) + Ric (heerser). Betekenis: „Heerser van het volk“.Dierk \(\rightarrow \) Dirk / DirksHeinrichHeim (erf/huis) + Ric (heerser). Betekenis: „Heerser van het erf“.Hindrik / Heintke \(\rightarrow \) Heintges.
3. De Oud-Saksische en Westfaalse Erfnamen (De -ink en -ing Groep)
Deze namen zijn geen directe roepnamen van ridders, maar duiden de vaste stamhoeve of het erf aan op de zandgronden van Lintorf en het Emsland:
Naam
Immink:
Jeuring:
Janning:
Gering:
Oervorm
Immo (verkorting van Irmin = groot/geweldig) + het achtervoegsel -ink.
Georgius (de riddersheilige Joris / drakendoder) + het achtervoegsel -ing.
Jan/johannes, johannes de doper, johanitter
Ger (de speer) of verkorting van Gerhard + -ing.
Betekenis:
„Behorend tot het machtige erf van Immo“.
„De lieden van het erf van Jürgen“.
: Afstammelingen op het erf van Johannes“
„De stam of het erf van de speermannen“.