De Middeleeuwse Oorsprong & Herkomst (vóór 1421)
Voordat de familie zich opsplitste tussen de stad Dordrecht en de polders van de Hoeksche Waard, reisde de naam door de eeuwen heen langs ridders, ambachtsheren en vroege herenboeren in het rivierengebied.
I. De Oer-Gronden & De Ridderlijnen
- ca. 1150 — Nicolaus de Lindtorff
- Status: Hypothese / Reconstructie.
- Details: De oudst denkbare herkomst van de naam en stamvader uit de regio Lintorf. Hier ligt de geografische wortel van de familienaam, lang voordat deze verhollandste.
- ca. 1250 — De Melissen-tak in Cuijk
- Status: Hypothese / Reconstructie.
- Details: Een cruciale verblijfperiode in Linden (bij Cuijk). Hier raakt de specifieke en robuuste voornaam Melis onwrikbaar in de genen en vernoemingspatronen van de familie verankerd.
- ca. 1305 — Arnoud vander Lindt
- Status: Zeer waarschijnlijk / Archiefbewijs.
- Details: De bekende Ambachtsheer van Groote en Kleine Lindt uit de historische oorkondes van 1331. Hij is de machtige man die de ridderhofstad 't Hoff bouwt in de Zwijndrechtse Waard en de naam definitief status geeft in het rivierengebied.
- ca. 1335 — Claes Aernoutsz vander Lindt
- Status: Hypothese / Reconstructie.
- Details: De logische tussengeneratie om de ridder- en polderrechten in de Zwijndrechtse Waard te behouden en over te dragen aan de volgende generatie.
- ca. 1365 — Johannes Claesz van der Lindt
- Status: Hypothese / Reconstructie.
- Details: Beheert de oer-rechten in de Zwijndrechtse Waard aan het einde van de 14e eeuw. Een rustige groeiperiode vóór de storm.
- ca. 1395 — Jan Johannesz van der Lindt (De Vloed-Stamvader)
- Status: Hypothese / Reconstructie.
- Details: De cruciale spilgeneratie van de ramp. Hij is circa 26 jaar oud wanneer in 1421 de Sint-Elisabethsvloed toeslaat. Hij maakt de catastrofe bewust mee, verliest de fysieke hofstad en de landerijen in de Zwijndrechtse Waard, maar overleeft de vloed. Hij is de man die met zijn jonge gezin moet vluchten en de strategische levenskeuzes maakt voor de toekomst van zijn kinderen.
II. De Grote Breuklijn: De Vloed & De Splitsing (Vanaf 1421)
De verwoestende Sint-Elisabethsvloed van 1421 sloeg het oude rivierenlandschap volledig kapitaal en dwong de zonen van Johannes Claesz tot een historische keuze. Vanaf hier splitst de oerstam zich in twee volstrekt verschillende werelden:
LIJN I: De Dordtse Stadslijn (Regenten & Kapitaal)
- ca. 1420 — Damas Janz. van der Lindt
- De Keuze: Hij kiest voor de veiligheid en de economische kansen van de binnenstad van Dordrecht.
- De Rol: Hij bouwt een bestaan op binnen de stedelijke elite en verschijnt in de vroege Dordtse regentenstukken. De naam Damas (Dammis) raakt hier stevig verankerd.
- Het Vermogen: Deze tak vergaart kapitaal in de handel (wol/hout) en rechtspraak. Zij fungeren later als de 'stille financiers' die geld lenen voor de herbedijkingen aan de overkant van het water.
- Opvolging: Vader van Jan Damaszoon (ca. 1455), de man die later de cirkel rondmaakt door met stads-kapitaal de fysieke oversteek naar de Sint Anthoniepolder te wagen.
LIJN II: De Polderlijn (De Grienden & Het Slik)
- ca. 1422 — Melis Janz. van der Lindt
- De Keuze: Hij weigert het land definitief los te laten en keert direct na het zakken van het water terug naar de overstroomde oer-gronden rond de Zwijndrechtse Waard / Groote Lindt.
- De Rol: Hij claimt vroege visrechten, grienden en gorzen op de opkomende slikken. Hij houdt de robuuste, Cuijkse voornaam Melis levend in het agrarische rivierengebied.
- Het Vermogen: Geen stenen huizen of stedelijke ambten, maar ruw bezit in opkomende polderrechten en de belofte van vruchtbare landbouwgrond zodra de dijken sluiten.
- Opvolging: Zijn tak versmelt in de decennia daarna met de nieuwe agrarische ontginningen en bereidt de grond voor waarin zijn neefjes en achterneven (zoals Melis I, ca. 1485) begin 16e eeuw de Sint Anthoniepolder definitief zullen gaan domineren.