I. De Keltische Bakermat & De Oorsprong van het Water (500 v.Chr. – 300 n.Chr.)
De absolute oertijd van de familie. De familienaam ontstaat niet uit een boom, maar uit de oeroude Keltische en hydrologische kenmerken van het landschap: het vloeibare, zachte waterland (*lindom) en de buigzame bast (*lent) waarmee visnetten en schilden werden gevlochten. De oervaders behoren tot de maatschappelijke klasse van de Druïden en smeden.
- 500 v.Chr. – Lentos de IJzersmid
- De Oorsprong: Stamvader van de lijn. Hij ontdekt hoe hij uit de rode aarde van de Lindener Mark (Gießen, Hessen) en in de vruchtbare dalen van het zuidelijke Alpenvoorland (het oeroude Linte en moeras-eiland Lindauw) ijzer kan smelten met houtskool. Zijn naam betekent "De Buigzame", naar de flexibiliteit van het geharde staal. Zonder water is er geen leven, en hier smelt de biologische bron van het bestaan samen met de smidshamer.
- 420 v.Chr. – Cunobelinos Mac Lentos
- Historie: Meester-zwaardveger. Hij smeedt de befaamde Keltische slagzwaarden en ontwikkelt het geheim van het 'vouwen en hameren' van staal om koolstof in het metaal te sluiten.
- 250 v.Chr. – Adretos de Schildmaker
- Historie: Hij introduceert de lichte, sterke schilden gemaakt van het buigzame hout en de flexibele bast van de heilige lindebomen (Linta) langs de Lahn-rivier en de Alpenmeren. Hier smelt de ambachtstaal van de flexibele boombast definitief samen met de geografische familienaam.
- 50 v.Chr. – Damorix de Wapenmeester
- Historie: Leeft ten tijde van de Romeinse expansie. Hij smeedt de defensieve Keltische pantserplaten en weigert zijn smeedgeheimen aan de Romeinse legioenen te openbaren. De naam Damo- vormt de absolute oervorm van het latere Damas en betekent letterlijk "Temmer van het Metaal".
II. De Romeinse Grens & De Grote Europese Splitsing (300 n.Chr. – 1100 n.Chr.)
De corridor verschuift langs de grote Europese rivieren. Na de val van het Romeinse Rijk splitst de familie zich in een Noordwaartse as via het Rijnland en een Zuidwaartse as in het Swabenland. Beiden bewaren zij de metallurgische continuïteit.
- ca. 310 n.Chr. – Adrianus Flavius de Lind
- Historie: Een geromaniseerde Keltische smid. Zijn smederij levert de zware ijzeren beslagen en hoeven voor de Romeinse cavalerie langs de Limes (de Rijngrens). Hier wordt de naam Adriaen officieel verankerd in de lijn.
- ca. 510 n.Chr. – Damis de Frankische Wapenmeester
- Historie: Na de val van het Romeinse Rijk sluit de familie allianties met de Merovingische Franken. Hij verhuist de smederij naar het noordwesten, naar een bosrijke regio rijk aan moerasijzererts: de stichting van het noordelijke stamgoed Lintorf (Ratingen).
- ca. 720 n.Chr. – Harnadus de Lintorpe
- Historie: Meester-harnassmid ten tijde van Karel de Grote. Hij smeedt de kolder en pantsers voor de Frankische ridders in hun strijd tegen de Saksen.
- ca. 890 – Gozewinus de Lintorpe
- Historie: Beheerder van de allodiale ijzergronden in Lintorf. Hij opent handelslijnen met het opkomende Prinsbisdom Luik, het centrum van de Europese wapenhandel.
- 1089 – Wernher von Lintdorf (De Zuidwaartse / Alpiene As)
- De Historische Man: Terwijl de noordelijke takken de rivieren volgen, zit deze tak al eeuwenlang diep geworteld in het zuidelijke Lindorf (Kirchheim unter Teck). Op 22 november 1089 stapt Wernher naar voren als officiële getuige bij het monumentale Bempflinger Vertrag, waar hij zij aan zij tekent met de hoogste graven van het Duitse Rijk.
- De Logica: Dit bewijst dat de familie daar "al even" zat als oer-adel. Zij controleerden de strategische ijzer- en wapenroutes door het Lautertal richting de Alpenpassen van Zwitserland en Oostenrijk.
III. De Ridders van de Delta & De Keulse Pen (1100 – 1421)
De noordwestelijke tak trekt vanuit het Rijnland via Luik en het militair-politieke netwerk van de Heren van Cuijk de Hollandse delta in. De familie splitst zich op: één tak beheert de wapen- en tolrechten langs de Devel en vereeuwigt zich op het altaarschilderij, terwijl de lijn van Henricus via het juridische centrum Keulen de basis legt voor de latere administratieve macht.
-
- ca. 1080 – Nicolaus de Alta Lintorpe
- Historie: Ridder en wapenmeester. Trekt via Luik naar het noorden en sluit zich aan bij het netwerk van de Heren van Cuijk.
- ca. 1150 – Nicolaus (Claes) de Lindtorff / v.d. Linden
- Historie: Claimt de oeverwal "in der Linde" en bouwt de vroege fundamenten van het Huis te Lindt.
- ca. 1215 – Johannes (Jan) van der Linden
- Het Schilderij: De knielende ridder op het altaarschilderij. Hij consolideert de eigendomsrechten langs de Devel en verankert de familietraditie in de waard.
- ca. 1245 – Adriaen van der Linden
- Het Schilderij: De ridder achteraan bij het altaar op het schilderij. Beheert de strategische handels- en tolrechten.
- ca. 1275 – Niclaus van der Linden
- Het Schilderij: De geharnaste ridder in het midden met de groen-witte andrieskruisen. Hij is de officiële getuige van de oorkonde van Floris V in 1291 ("in der Linde").
- ca. 1310 – Johannes [N.] van de Lindt
- Historie: Tussengeneratie die de bezittingen in de waard bestuurt vlak vóór de grote herdijkingen.
- ca. 1331 – Arnoud (Aernout) vander Lindt
- Historie: Ambachtsheer van De Groote en Kleine Lindt. Sluit zich in 1331 aan bij het consortium van acht edellieden voor de herdijking en sticht de stenen ridderhofstad 't Hoff op Groote Lindt.
- ca. 1360 – Henricus de Lintorpe (vander Lindt)
- De Transformatie naar het Schrift: Zoon van Arnoud. Hij breekt met de fysieke wapensmeedkunst en trekt naar de metropool Keulen om notaris en openbaar schrijver te worden. In deze bloeiende universiteits- en handelsstad leert hij het Latijnse recht en de kunst van het oorkonden opstellen. Als beëdigd notaris keert hij terug als de diplomatieke en juridische spil van de familie tussen het Rijnland en de delta.
- ca. 1390 – Bela vander Lindt
- Historie: Dochter van Henricus, vernoemd naar de Rijnlandse familietraditie (de roepnaam Bela/Beatrix). Haar strategische huwelijk binnen de vroege Dordtse oligarchie beschermt de familiebezittingen in de Groote Lindt, vlak vóór de vernietigende Sint-Elisabethsvloed van 1421. Haar zus Nella verankert de naam die eeuwen later als Neeltje de 's-Gravendeelse tak zal sieren.
- ca. 1080 – Nicolaus de Alta Lintorpe
IV. Van Dordtse Regenten tot de Polderklei (1421 – 1575)
Na de Sint-Elisabethsvloed (1421) splitst de familie opnieuw. De handelslijnen blijven verbonden met Dordrecht, terwijl de agrarische lijn als keiharde polderboeren de Hoeksche Waard intrekt en de opgeslibde gorzen bewaakt.
- ca. 1425 – Damas Janz. van der Lindt (▲ Zeer waarschijnlijk)
- Details: Gevonden in vroege Dordtse regentenstukken. Hij overleeft de vloed en herintroduceert de eeuwenoude Keltische naam Damas (van Damorix, de wapenmeester), die als een rode draad door de eeuwen reist.
- ca. 1455 – Jan Damaszoon van der Lindt (○ Hypothese)
- Details: De logische achterblijver in de polder na de vloed. Zoon van Damas. Hij bewaakt de eerste hoeven met zijn laarzen in de modder.
- ca. 1465 — Willem van der Lindt (▲ Zeer waarschijnlijk)
- Details: Nazaat van de middeleeuwse heren van de Groote Lindt. Consolidator van de vroege Dordtse tak.
- 1501 — Damas Willemsz van der Lindt (■ Bewezen op het Schilderij)
- Zijn Status: Deken van de schutterij en kerkmeester van de Nieuwkerk. De absolute spil van de Dordtse oligarchie. Hij weeft de familie via huwelijken samen met de machtigste geslachten van Holland: Van der Mijle, Stoop, Oem, Ogiersz en Van Beveren. In 1531 wordt zijn portret geschilderd door Jacob van Utrecht.
- 1501 – De Splitsing van Vuur en Zilver
- De Familie: Terwijl Damas Willemsz van der Lindt (de man van het schilderij uit 1531) als deken van de schutterij de militaire macht van Dordrecht controleert, beheert zijn broer de financiële levensader van de delta. Hij stijgt op tot Muntmeester en Generaal van de Munt van Holland. Hij regeert over de zilverstroom en het slaan van het geld waarmee de opkomende Republiek haar oorlogen financiert. [1, 2]
- 1685 – Johan van der Linden (■ De Gezworene van de Munt)
- Zijn Daad: Als prominente ijzerkoper te Dordrecht treedt hij in 1685 toe tot het elitaire [Serment van de Munt van Holland](1.2.2, 1.2.5). Als beëdigd Gezworene controleert hij de [kwaliteit, het gewicht en het metaalgehalte van de guldens](1.2.2, 1.2.4). Parallel hieraan dwingt provoost Adolf van der Linden de absolute stroom van goud en zilver in het munthuis af. De familie beheerst nu de drie-eenheid van de macht: het ijzer van de smederij, het hout van de zagerij en het zilver van de geldpers. [1, 2, 3]
- 1525–1588 — Wilhelmus Lindanus (Willem Damasz van der Lindt)
- Zijn Status: Zoon van Damas. Hij stijgt op tot de absolute top van de kerkelijke wereldmacht als de allereerste Bisschop van Roermond en Gent.
- 1572 — De Grote Katholieke Vlucht
- De Historie: Wanneer Dordrecht in 1572 overgaat naar de Reformatie, ontvlucht de gehele tak van Damas Willemsz de stad om geloofsredenen. Zij trekken via de aloude Maas- en Rijncorridor terug naar het veilige, katholieke stamland in het Duitse Rijnland (Lintorf/Ratingen), waar zij fuseren met de rijke familie Heintges.
- 1593-1608 — Dam Heintges / Damas van der Linde
- De Terugkeer: Gewapend met het kapitaal van de rijke Heintges en de papieren van zijn gevluchte Dordtse voorouders, keert hij in 1593 terug naar Dordrecht. In 1608 herstelt hij de familiemacht in de stad met de oprichting van de legendarische ijzerhandel.
- ca. 1485 – Melis Jansz van der Linden (Melis I) (○ Hypothese)
- Details: De eerste introductie van de traditionele Cuijkse voornaam Melis in de agrarische tak van de Hoeksche Waard, een eerbetoon aan de oude corridor langs de Maas.
- ca. 1515 – Joost Melisz van der Linden (Joost I) (○ Hypothese)
- Details: Tussengeneratie aan de vooravond van de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog.
- ca. 1545 – Adriaen (Arien) Joosten van der Linden (▲ Zeer waarschijnlijk)
- Details: Afgeleid uit de vadersnaam (patroniem) Arienssen van Wouter. Grondlegger van de massale "Arie-lijnen" in de Hoeksche Waard.
V. De Tachtigjarige Oorlog & De Splitsing van Vuur en Klei (1575 – 1640)
Rond 1600 bereikt de familietraditie een definitieve splitsing op het eiland. De zonen en neven van Adriaen Joosten verdelen de toekomst: één tak blijft met de laarzen in de polderklei, terwijl de andere tak het vuur van de smederij in de stad Dordrecht ontsteekt.
- ca. 1575 – Wouter Arienssen van der Linden (■ Bewezen in Doopboeken)
- De Polderlijn: Hij blijft in de Sint Anthoniepolder (SAP) en treedt daar in 1633 op als getuige op pagina 4 van het doopboek. Zijn nageslacht vormt de directe route naar uw tak in 's-Gravendeel.
- Zijtak (Broer): Dirk Arienssen van der Linden (De Quartel) (ca. 1570). Hij vestigt zich in Strijen en start daar de tak met de Dirk Dircks-lijnen.
- Kinderen van Wouter: Jan Wouterssen, Arien, Cornelis en Sijgje Woutersen (getuige in 1633, trouwde met Willem Bastiaan Snider).
- ca. 1570 – Dam Heintges / Damas van der Linde (■ Bewezen Ondernemer)
- 🔥 De Oprichting van de Dordtse IJzerdynastie: Familie van Wouter. In plaats van in de polder te blijven, keert hij terug naar de Keltische oer-erfenis van de familie: de metallurgie.
- 1593 (De Pendel): Vanaf 1593 begint Damas intensief op en neer te reizen tussen de familiale poldergronden en de stapelstad Dordrecht. Hij bouwt een groot handelsnetwerk op in scheepsijzer en gereedschappen.
- 1608 (De Smederij): In 1608 vestigt hij zich definitief in de stad en richt zijn eigen, zelfstandige smederij op. Dit moment markeert de geboorte van de legendarische Dordrechtse ijzer- en gereedschapshandel Van der Linden, die eeuwen later nog altijd als ijzerspecialist aan de Mariastraat actief is.
VI. De Uitbouw van de Gezinnen in de Polder (1640 – 1740)
De polderlijn van Wouter Arienssen nestelt zich definitief in de registers van de Sint Anthoniepolder en Cillaarshoek.
- ca. 1605 – Jan Wouterssen van der Linden (■ Bewezen)
- Details: Gevonden op pagina 1 van het doopboek van de SAP. Trouwde in 1637 met zijn tweede vrouw Teuntje Jans Roos.
- Kinderen: Pietertjen (1628), Maerichje (1631), Bastiaentje (1633), Damis (1635 — de terugkeer van de naam!), de tweeling Jan & Aert (1639) en Dirck (1640).
- 1640 – Dirck van der Linden (■ Bewezen)
- Details: Gedoopt op 10 juni 1640 in de Sint Anthoniepolder met Jan Wouterssen persoonlijk als getuige.
- Kinderen: Theunis Dircks, Bastiaen Dircks en Lijsbeth Dircks (zij trouwde Arie Cornelisz Boer en opende de fysieke weg naar 't Weegje in 's-Gravendeel).
- ca. 1670 – Theunis Dircks van der Linden (■ Bewezen)
- Details: Gevonden in de doopboeken op pagina 23 met zijn vrouw Jannichje Ariensse.
- Kinderen: Ariaentjen (1685), Joris (1687), Baeltie, Maertie, Dirk, Arij en Christiaan.
- Rond deze tijd splitst in het zuidwesten ook de tak van Leendert Jacobs van der Linden (Numansdorp/Klaaswaal) af, die later de 'Numansdorpse Wouters' voortbrengt.
- ca. 1700 – Christiaan Theunisz van der Linden (▲ Zeer waarschijnlijk)
- Details: Gedoopt op Cillaarshoek. De man die de lijn definitief richting 's-Gravendeel opende.
VII. Het Keiharde Anker van 's-Gravendeel (1740 – Heden)
Vanaf hier sluit de stamboom naadloos aan op het gereconstrueerde doopboek van 's-Gravendeel en de burgerlijke stand.
- ca. 1740 – MELIS Christiaansz van der Linden (■ Bewezen)
- De Sluitsteen: Uw keiharde anker. Hij trouwt in 1765 met Bastiaantje Boertje in 's-Gravendeel en brengt de oeroude naam Melis definitief het doopboek in.
- De Kinderen (De 's-Gravendeelse Generatie):
- Neeltje Melisse van der Linden (Gedoopt 05-11-1780, overleden 17-04-1843). Vernoemd naar de 14e-eeuwse Nella. Trouwde in Charlois met Arij van Prooijen.
- Sijgje Melisse van der Linden (Geboren ca. 1787, overleden 14-08-1850). Trouwde met Gerrit Boertje.
- Jan Melisz van der Linden (Geboren ca. 1788, overleden 16-09-1847). Trouwde in Mijnsheerenland met Hilligje Luijendijk.
- Paulus Melisz van der Linden (Geboren/gedoopt in 1789).
- 1812–1888 – Gijsbertus Martinus van der Linden (■ De Dordtse Landsadvocaat)
- 1913–1918 – Mr. Dr. Pieter Wilhelm Adrianus Cort van der Linden (■ Minister-President van Nederland)
- Zijn Daad: Zoon van Gijsbertus. Hij stijgt op tot de absolute politieke eenzaamheid: Premier van Nederland tijdens de zware jaren van de Eerste Wereldoorlog.
- Het Meesterschap: Terwijl Europa in brand staat door miljoenen zwaarden en granaten — het metaal dat zijn voorvaderen ooit smeedden — betoont hij zich de meester van de diplomatie en de gewapende neutraliteit. Hij loodst Nederland veilig langs de verschrikkingen van de loopgraven. Tegelijkertijd voert hij de Pacificatie van 1917 door en schenkt Nederland het algemeen kiesrecht. Hij gaat de boeken in als een van de grootste staatsmannen uit de vaderlandse geschiedenis. [1, 2, 3]
- 1890-1893 – Architect A. van der Linden van Dubbeldam
- Zijn Daad: Na zijn monumentale succes met het ontwerp van het eclectische gemeentehuis van Dubbeldam (1890), steekt hij de rivier over naar IJsselmonde. In januari 1893 ontwerpt en leidt hij de verbouwing van het Rijsoord's koffiehuis in Ridderkerk. Hiermee weeft hij de architectonische macht van de Dubbeldamse tak fysiek samen met de Ridderkerker familietak.
- ca. 1900 – De Houtbaronnen van de Weeskinderendijk
- Historie: Onder leiding van de firma F. en A. van der Linden exploiteert de familie een enorme stoomhoutzagerij en snelzaagramen aan de Weeskinderendijk. Zij bezitten hiermee de totale controle over zowel de ijzer- als de houtvoorziening voor de scheepsbouw in de delta.